Above the clouds (nl - en)
ENGLISH BELOW
Ik sliep vannacht niet in mijn auto, maar in het eeuwenoude Matreier Tauernhaus. Ooit kwamen hier de Säumer voorbij, mannen die met paarden en muilezels hun lading over de Alpen brachten, lang voordat asfalt, auto’s en kabelbanen de bergen doorsneden. De Felbertauern, zoals de drukke verbinding van vandaag nog altijd heet, was eeuwenlang een van de belangrijkste handelsroutes tussen het noorden en het zuiden.
Säumer. Ik vind het een prachtig woord en misschien nog een mooier beroep. Met een dier aan je zijde de pas over, dagenlang onderweg tussen twee werelden, met een lading zout, wijn, olie of graan die ergens aan de andere kant van de bergen nodig was. Je vertrekt uit het ene dal en weet dat je pas veel later, als het weer en de berg het toelaten, in het volgende zult aankomen. Natuurlijk romantiseer ik het. In werkelijkheid was het zwaar en gevaarlijk werk.
Vanmorgen hing beneden alles in de nevel. De bergen waren verdwenen en het dal lag er grijs en gesloten bij. Er was geen enkele garantie dat het hogerop beter zou zijn, maar ik besloot het erop te wagen en begon te klimmen. Eerst werd het alleen wat lichter. Toen verscheen er een opening in de mist, daarachter blauw, en langzaam trok de hele wereld open. Uiteindelijk stond ik boven de wolken.
Een maagdelijke wereld.
In de verte de Großglockner, aan mijn andere zijde, veel dichterbij, de Großvenediger. Onder mij het dal dat eerder nog somber en ondoordringbaar had geleken, nu een witte zee.
ENGLISH
I didn’t sleep in my car last night, but in the centuries-old Matreier Tauernhaus. Long ago, the Säumer passed through here, men who transported their loads across the Alps with horses and mules, long before asphalt roads, cars and cable cars cut their way through the mountains. The Felbertauern, as today’s busy route is still called, was for centuries one of the most important trading routes between north and south.
Säumer. I love the sound of the word, and perhaps even more the idea of the profession. Travelling across a mountain pass with an animal at your side, spending days on the road between two worlds, carrying a load of salt, wine, oil or grain that someone on the other side of the mountains is waiting for. You leave one valley and know that you will only reach the next much later, if the weather and the mountain allow it. Of course I am romanticising it. In reality, it was hard and dangerous work. But I like the image of it: a person, an animal, a load, a mountain and a path. Nothing more was needed.
This morning, everything below was shrouded in mist. The mountains had disappeared, and the valley lay there grey and closed. There was no guarantee that things would be any better higher up, but I decided to take my chances and started climbing. At first, it only became a little brighter. Then an opening appeared in the mist, with blue behind it, and slowly the whole world opened up. Eventually I found myself above the clouds.
A virgin world.
The Großglockner in the distance, and on my other side, much closer, the Großvenediger. Below me lay the valley that only an hour earlier had seemed so sombre and impenetrable, now transformed into a white sea. The strange thing was that nothing in the landscape itself had changed. The same clouds that below had obscured the view and made the world seem small and enclosed had become, from above, the most beautiful part of the landscape. Only my position had changed. And with it, everything I could see.